Beleidsplan UKB 2004-2006
Terugblik beleidsplan 2001-2003
Visie
1. Toegang tot wetenschappelijke informatie
2. Licentiebeleid
3. Publiceren en beheren wetenschappelijke informatie
4. Digitale leeromgeving
5. Landelijke informatie-infrastructuur
Tot slot
Omgevingsverkenning
Terugblik beleidsplan 2001-2003
Terugblikkend op het Beleidsplan 2001-2003 blijkt dat UKB zich op diverse terreinen
goed heeft gemanifesteerd. Op het gebied van licentiebeleid zijn concrete resultaten geboekt.
In 2001 werd het UKB Licentiebureau opgericht teneinde (mantel)overeenkomsten te sluiten en
te beheren met grote uitgevers zoals Elsevier, Kluwer, Springer en Wiley. UKB stelt zich
actief op ten opzichte van nieuwe business modellen als Open Access en participeert in
een project waarin SURF, UKB, Elsevier en Kluwer gezamenlijk verkenningen uitvoeren
naar de toekomst van het digitaal produceren en publiceren van wetenschappelijke informatie.
Ook is de toegang tot wetenschappelijke informatie sterk verbeterd door de samenwerking
in het consortium bij de aanschaf van Portalsoftware en het ontwikkelen van informatieportals.
De publicatie en archivering van de Nederlandse wetenschappelijke output heeft een flinke
impuls gekregen in het mede op initiatief van UKB tot stand gekomen DARE-project. Ook nu
nog spelen de UKB-bibliotheken hierin een voortrekkersrol. Over de ondersteuning van de
digitale leeromgeving wordt binnen UKB kennis uitgewisseld. Daarnaast heeft UKB een
website opgericht om de kennisuitwisseling te stimuleren en haar performance te
professionaliseren. De communicatie over activiteiten en resultaten is een bestendig
aandachtspunt.
terug naar boven
De UKB-leden hebben zich in het afgelopen decennium ontwikkeld tot hybride bibliotheken.
Zij fungeren als informatiebemiddelaars voor een steeds heterogenere groep gebruikers.
Enerzijds maken e-services een steeds groter deel uit van hun dienstenpakket, anderzijds
blijft de bibliotheek een belangrijk onderdeel van de fysieke omgeving voor studie en onderzoek.
De concentratie van bibliotheken op hun rol van informatiebemiddelaar heeft hen moderner,
slagvaardiger en professioneler gemaakt. Niet alleen leveren ze informatie ten behoeve van
onderzoek en studie, ook is de wetenschappelijke output die dat vervolgens oplevert steeds
meer binnen hun werkterrein komen te liggen. Bibliotheken fungeren als ware change agents
voor het publiceren en conserveren van de output van de eigen instelling in digitale
wetenschappelijke archieven.
Zowel in onderzoek als in onderwijs zijn de bibliotheken dichter op het primaire proces
komen te zitten. Dat is een gunstige ontwikkeling, die echter nieuwe eisen stelt aan de
organisatie van het bibliotheekwerk en die ook hele nieuwe werkterreinen voor bibliotheken
heeft opengelegd. Dit vergt van het management, maar ook van de medewerkers, dat zij zich
de nieuwe ontwikkelingen eigen maken en de kansen benutten die deze ontwikkelingen onmiskenbaar
hebben voor bibliotheken. Alles bijeen betekent dat een grondige heroriëntatie, niet zozeer
op de doelstellingen van bibliotheken, als op de manier waarop bibliotheken die doelstellingen
optimaal kunnen realiseren. Veel meer dan in het verleden staat daarbij de vraag in plaats van
het aanbod centraal. Dienstverlening en klantgerichtheid zijn dan ook kernbegrippen in een
moderne bibliotheek.
De opgave aan UKB in de komende beleidsperiode is hoe de hybride bibliotheken te verbinden
in een landelijke informatie-infrastructuur, en de gebruikers toegang te bieden tot een
volwaardige collectie van digitale en gedrukte wetenschappelijke informatie, ondersteund
door geavanceerde diensten op het gebied van ontsluiting en beschikbaarstelling. Het
belang van samenwerking wordt alleen maar groter, nu duidelijk wordt dat digitalisering in
veel instellingen voor Hoger Onderwijs op bestuurlijke en organisatorisch niveau aanleiding
is tot schaalvergroting, centralisering van processen en standaardisatie. In dit beleidsplan
zet UKB uiteen hoe UKB wil functioneren als organisatie en welke stappen zij wil zetten om
deze gemeenschappelijke opdracht het hoofd te bieden. Het UKB-beleid concentreert zich op de
volgende terreinen:
1. Toegang tot wetenschappelijke informatie
2. Licentiebeleid
3. Publiceren en beheren wetenschappelijke informatie
4. Digitale leeromgeving
5. Landelijke infrastructuur
terug naar boven
1. Toegang tot wetenschappelijke informatie
UKB streeft naar laagdrempelige toegang tot wetenschappelijke informatie voor zowel de academische gemeenschap als voor individuele burgers ten behoeve van studie en onderzoek, door de Open Access beweging te steunen en door het stimuleren van de bewustwording van de ontwikkelingen op het gebied van Digital Rights Management.
Open Access
Nu steeds meer informatie digitaal wordt verspreid, dalen de marginale kosten van publiceren.
Het redactie- en review proces is weliswaar duur, maar eenmaal gepubliceerd maakt het in de
digitale wereld voor de uitgever qua kosten niet veel uit hoeveel gebruikers toegang hebben
tot een tijdschrift en/of een artikel downloaden. Niettemin is het meest gangbare businessmodel
voor digitale wetenschappelijke informatie nog steeds het abonnementsmodel, een typisch product
uit de wereld van het gedrukte woord. Auteurs dragen hun rechten over aan uitgevers en deze
verkopen licenties die recht geven op toegang tot de publicaties. Beperkte toegang voor
gebruikers en grote macht van uitgevers over de prijsvorming zijn het gevolg.
UKB stelt zich op het standpunt dat kosten genomen dienen te worden waar ze worden gemaakt, namelijk
bij de bron. Dit gebeurt in het Open Access model: de auteur behoudt de rechten en betaalt de uitgever
voor het reviewproces en redactie/publicatie. Vervolgens is de informatie vrij toegankelijk. In dit
model hebben uitgevers geen monopolie, maar concurreren zij op basis van toegevoegde waarde voor de
auteurs. UKB onderschrijft de principes van de Open Access beweging en ondersteunt deze door het
lidmaatschap van de International Coalition of Library Consortia (ICOLC) en de Scholarly Publishing
and Academic Resources Coalition (SPARC). UKB draagt zelf bij aan de Open Access beweging door haar
bijdragen aan DARE. UKB zal actief de ontwikkelingen op het gebied van Open Access onder de aandacht
brengen van onderzoeksinstellingen (NWO, KNAW, VSNU) en politiek (Ministerie van OCW) en zo de
acceptatie van dit alternatieve model van wetenschappelijke informatievoorziening bevorderen.
Digital Rights Management
Informatie in digitale vorm is veelal niet vrij toegankelijk. Beschikbaarheid voor
de gebruiker is doorgaans gebaseerd op gebruikslicenties, waarin informatie als een
dienst wordt verhandeld. Nu de technologie de beperkingen in de toegang tot informatie
wegneemt, worden nieuwe barrières opgeworpen in de vorm van DRM. Een groot deel van de
wereld dreigt daardoor opnieuw buitengesloten te worden van toegang tot kennis. Wetenschappelijk
onderwijs en onderzoek zijn wereldwijd gebaat bij een zo groot mogelijke beschikbaarheid van
informatie. Uitsluiting van informatie betekent dat het wetenschappelijke proces zijn grondstof
onthouden wordt: dit vertraagt het tempo van innovatie en vormt een bedreiging van de
kenniseconomie.
Digital Rights Management geeft uitgevers nog meer dan bij gedrukte werken al het geval was, de
mogelijkheid om de voorwaarden te bepalen waaronder consumenten toegang krijgen tot informatie.
Uitzonderingen in het auteursrecht, waardoor de rechten geregeld zijn van bibliotheken en andere
publieke instellingen om burgers toegang tot informatie te geven, komen onder druk te staan. UKB
is van mening dat de ontwikkelingen op dit gebied met de nodige zorg gevolgd dienen te worden en
dat de bibliotheken alert dienen te zijn op bedreiging van hun publieke taken met betrekking tot
de toegang tot informatie. UKB zal dit nastreven via de FOBID Juridische Commissie, waarin zij
participeert, via EBLIDA, waarin zij eveneens partipeert en via deelname aan SURFinitiatieven op
dit gebied, o.a. de Zwolle-conferenties. Ook in haar licentiebeleid zal zij, waar dat opportuun is,
het bovenstaande standpunt tot uitdrukking trachten te brengen.
terug naar boven
2. Licentiebeleid
UKB streeft er in de komende beleidsperiode naar de licentieovereenkomsten met uitgevers
te vernieuwen en uit te breiden. Het streven is: een zo breed mogelijke toegang tot informatie
tegen een acceptabele prijs. UKB wil bovendien een definitieve overstap maken van het verleden
naar de toekomst; dat betekent dat ook de verdeling van de kosten van de bestaande licenties
over de UKB-leden mogelijk herzien moet worden. In 2006 heeft UKB een volwaardig en zelfstandig
opererend Licentiekantoor
Licentieovereenkomsten
De afgelopen jaren is UKB erin geslaagd voordelige licentieovereenkomsten te sluiten met
grote commerciële uitgevers. UKB streeft ernaar deze overeenkomsten in de komende beleidsperiode
te vernieuwen en de toegang tot deze informatie te behouden. Door centraal licentieafspraken
te maken stimuleert UKB de beschikbaarheid van wetenschappelijke elektronische tijdschriften
tegen een acceptabele prijs. Het huidige model heeft evenwel als nadeel dat er een forse
jaarlijkse prijsstijging aan verbonden is en dat bibliotheken de omvang van hun bestedingen
niet kunnen beïnvloeden. Daarom zullen, mede afhankelijk van de opstelling van de uitgevers
bij contractvernieuwing, alternatieven overwogen en met uitgevers besproken moeten worden.
Het historische prijsmodel waar de kostenverdeling van de licenties op is gebaseerd, is
echter de komende beleidsperiode waarschijnlijk niet langer houdbaar. Daarom heeft UKB een
werkgroep ingesteld om een nieuw systeem voor de allocatie van de licentiekosten onder de
Nederlandse universiteitsbibliotheken uit te werken. Hoewel op dit terrein door samenwerking
veel te bereiken valt, is te verwachten dat de verschillen in belang en beleid van de UKB-leden
de bereidheid tot voortgaande samenwerking in UKB-verband in de komende jaren op de proef
zullen stellen. Het is wenselijk te overwegen het licentiebeleid en de uitvoering daarvan een
sterker supra-institutioneel karakter te geven en toe te werken naar een gezamenlijke
Digitale Bibliotheek voor het hele Hoger Onderwijs in Nederland.
UKB Licentiebureau
UKB stelt zich tot doel het bij Surfdiensten BV ondergebrachte Licentiebureau verder te
ontwikkelen zodat het in 2006 zelfstandig kan functioneren en de kosten uit opbrengsten
gedekt worden. Het LUKB werd in 2001 met steun van SURF opgericht en heeft zijn bestaansrecht
overtuigend aangetoond. Dit is ook gebleken uit de evaluatie die een extern consultant in de
zomer van 2003 heeft uitgevoerd. De startsubsidie van SURF Platform Ict en Onderzoek, die
aanvankelijk medio 2004 zou aflopen, is op basis van die evaluatie verlengd tot 2006, met
als voorwaarde dat UKB-leden zelf geleidelijk meer in het Licentiebureau gaan investeren.
Zowel op het terrein van de communicatie als op het terrein van nieuwe businessmodellen dient
nog veel innovatief werk verzet te worden. Verder dient ook het HBO zich aan als participant
in het licentiebeleid. UKB streeft naar continuering en professionalisering van het LUKB
in samenwerking met SURFdiensten BV. Overwogen wordt om met behulp van SURF met name het
onderhandelingsproces met uitgevers professioneel te laten ondersteunen door externe
deskundigen.
terug naar boven
3. Publiceren en beheren wetenschappelijke informatie
Door afspraken te maken over collectievorming en collectiebeheer en door samen te werken bij de beschikbaarstelling van de output van Nederlands onderzoek stimuleert UKB de ontwikkeling van een volwaardige virtuele Nederlandse wetenschappelijke collectie, gepaard aan een efficiënte beheersstructuur
Digital Academic Repositories (DARE)
Het project Digital Academic Repositories (DARE) is een initiatief van de gezamenlijke
Nederlandse universiteiten om in samenwerking met de KB en NWO hun onderzoeksresultaten zo
veel mogelijk digitaal toegankelijk te maken. Het programma loopt van 2003 tot 2007 en
coördinatie ligt in handen van Stichting SURF. Door actief te participeren in DARE helpen
de UKB-bibliotheken een infrastructuur te ontwikkelen om door wetenschappers van Nederlandse
universiteiten geproduceerde onderzoeksresultaten vrijelijk beschikbaar te stellen en te houden.
Binnen DARE wordt gezamenlijk een basisinfrastructuur ingericht, bestaande uit digitale
archieven bij de dertien universiteiten Deze archieven vormen potentieel een krachtig
alternatief voor bestaande publicatiemodellen en zijn technisch ingericht conform het
OAI-protocol. Het is van groot belang dat bij het in gebruik nemen van de digitale
instellingsarchieven de samenwerking wordt gezocht met de academische gemeenschap, met
inbegrip van organisaties als KNAW en NWO.
Deselectie papieren collecties
Nu veel wetenschappelijke informatie elektronische beschikbaar is, hebben de meeste
bibliotheken hun gedrukte abonnementen omgezet in 'e-only'. Uitgevers brengen intussen
ook retrospectief hun tijdschriften uit in een digitale versie, waardoor de relevantie
van de ooit aangeschafte gedrukte collectie afneemt. Bibliotheken zijn uit kostenoverwegingen
gedwongen hun magazijnruimte zo efficiënt mogelijk te beheren. Zij vinden het in toenemende
mate overbodig om op meerdere plaatsen in Nederland hetzelfde, relatief weinig gebruikte
materiaal te bewaren. Doordat er op diverse plaatsen nieuwbouwprojecten lopen, is deze
kwestie snel urgent aan het worden. UKB streeft naar een gecoördineerde deselectie van de
huidige gedrukte collecties van wetenschappelijke tijdschriften. Uitgangspunt is dat de
collectie op landelijk niveau bereikbaar en beschikbaar blijft. Daarnaast is aandacht nodig
voor conservering en preservering, niet alleen van de gedrukte collectie, maar ook van de
digitale collectie. De overgang naar 'e-only' betekent immers dat op den duur (en zelfs nu al)
van veel wetenschappelijke informatie geen gedrukte versie meer in Nederland voorhanden is.
Evaluatie Bibliotheekvoorziening Geesteswetenschappen
In het programma Bibliotheekvoorziening Geesteswetenschappen (BGW) werken zeven grote
wetenschappelijke bibliotheken samen om de verschraling van de Geesteswetenschappelijke
collecties tegen te gaan. Met financiële steun van NWO en met een extra financiële inspanning
van de betrokken instellingen, wordt zowel de gedrukte als de digitale collectie binnen de
humaniora versterkt. Eind 2004 loopt de tweede tranche van het project af; in 2004 worden de
resultaten geëvalueerd om te beoordelen of een vervolg noodzakelijk en haalbaar is. UKB
streeft voortzetting van het programma na.
terug naar boven
UKB streeft naar integratie van de informatievoorziening in het onderwijsproces en
ondersteunt daartoe de ontwikkeling van de digitale leeromgeving. De universiteitsbibliotheken
hebben een leidende rol bij het aanleren van 'information literacy', maar ook bij het inrichten
van een informatie-omgeving die tegemoet komt aan de wensen van gebruikers.
In het onderwijs vindt een verschuiving plaats van 'onderwijzen' naar 'leren'. Information
literacy wordt daarom een steeds belangrijkere studievaardigheid. Digitale leeromgevingen,
zoals Blackboard, zijn niet meer weg te denken uit het onderwijs. Universiteitsbibliotheken
spelen in deze leeromgeving een faciliterende rol. Het initiatief ligt echter bij de
onderwijsgever, zoals dat overigens ook in de niet-digitale leeromgeving het geval is.
Bibliotheken moeten niet alleen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van information
literacy van hun gebruikers, zij moeten vooral ook hun informatie-aanbod zodanig structureren
en toegankelijk maken dat gebruikers daar gemakkelijk hun weg in kunnen vinden. Daarin moeten
ze concurreren met (en leren van) de populaire zoekmachines. Om kennis uit te wisselen hoe
deze taak het beste vorm te geven, heeft UKB een werkgroep Ondersteuning Digitale Leeromgeving
ingesteld. In de komende beleidsperiode zal UKB de mogelijkheden tot samenwerking met het HBO
onderzoeken, in de eerste plaats met het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB).
Voorts organiseert UKB de komende beleidsperiode tenminste één symposium om kennis over de
ontwikkeling van de digitale leeromgeving uit te wisselen.
terug naar boven
5. Landelijke informatie-infrastructuur
UKB streeft naar een betrouwbare technische infrastructuur, die bibliotheken in staat stelt de landelijke wetenschappelijke collectie duurzaam beschikbaar te stellen, uit te bouwen en te beheren.
GGC / NCC
Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse informatie-infrstructuur vormen het
Gemeenschappelijk Geautomatiseerd Catalogiseersysteem (GGC) en de Nederlandse Centrale
Catalogus (NCC), beide ontwikkeld en onderhouden door OCLC/PICA. De NCC vormt de basis voor
documentlevering via het interbibliothecair leenverkeer (IBL). De NCC bevat echter alleen
gegevens over (gedrukte) boeken en tijdschriften. Andersoortige documenten en digitale
publicaties ontbreken, waardoor de NCC in toenemende mate een onvolledig beeld geeft van
in Nederland beschikbare informatie. Uiteraard heeft dat directe consequenties voor de
volledigheid en betrouwbaarheid van het IBL-systeem. De bruikbaarheid van de GGC is eveneens
ter discussie komen te staan: de materiaalsoorten van de beschreven publicaties zijn zeer
divers van aard en dit geldt ook voor de kwaliteit van de beschrijvingen. UKB streeft in
goede samenwerking met OCLC PICA naar het inlopen van achterstallig onderhoud en verbetering
van de performance in beide systemen. Integratie en standaardisatie zijn daarbij de trefwoorden.
Het gebruik van internationaal geaccepteerde open standaarden is een randvoorwaarde. Nu
OCLC PICA zakelijk verzelfstandigd is moeten ook de relaties tussen klant en leverancier
verzakelijkt worden, bijvoorbeeld in de vorm van Service Level Agreements, waarin helder
de rechten en plichten van de betrokkenen uiteen worden gezet.
Interbibliothecair leenverkeer (IBL)
Interbibliothecair leenverkeer is een effectieve manier om wetenschappelijke informatie
beschikbaar te houden die niet in de eigen collectie van een bibliotheek aanwezig is.
Zo houden individuele klanten toegang tot een breed aanbod van wetenschappelijke informatie
voor eigen studie en onderzoek. In 2003 heeft UKB een onderzoek laten uitvoeren naar het
functioneren van het bestaande systeem voor documentlevering.
In de komende beleidsperiode zullen de conclusies uit het onderzoek worden geïmplementeerd
en worden aanpassingen verricht aan het huidige systeem. Op korte termijn streeft UKB naar
invoering van tariefsdifferentiatie en naar verhoging van de bijdrage van gebruikers in de
kosten van de dienst. Daarnaast zal de NCC verbeterd worden door de opname van digitale bronnen.
Metadata
Om het simultaan doorzoeken van deelbestanden mogelijk te maken speelt de standaardisatie
van metadata een cruciale rol. Juist nu de inrichting van de digitale wetenschappelijk
infrastructuur volop in ontwikkeling is, is het van belang in een vroeg stadium ook op dit
terrein onderlinge afstemming en samenwerking te zoeken. UKB monitort daarom de ontwikkeling
van metadata binnen onder andere DARE en de elektronische leeromgeving met een werkgroep
integratie en linking.
Een traditionele vorm van metadata is het handmatige toekennen van trefwoorden via het systeem
van gemeenschappelijke onderwerpsontsluiting (GOO). In 2004 zal het systeem worden geëvalueerd.
Doordat inmiddels ook gedrukte publicaties oorspronkelijk 'digital born' zijn, behoort het
automatisch toekennen van trefwoorden op basis van door de uitgever aangeleverde gegevens
wellicht tot de mogelijkheden. Als dat zo is, dient dat krachtig nagestreefd te worden. In
elk geval streeft UKB naar aansluiting bij internationale standaarden op het gebied van
onderwerpsontsluiting.
terug naar boven
Tot slot
UKB heeft, op een bescheiden secretariaat na, geen uitvoerend apparaat en is voor de
realisering van haar beleidsdoelstellingen afhankelijk van de vrijwillige coöperatie van
haar leden. Veel van haar activiteiten betreffen dan ook het bevorderen en in gang zetten
van ontwikkelingen en het coördineren van de uitvoering daarvan door de leden. Hiervoor wordt
gebruik gemaakt van commissies en werkgroepen in een hecht netwerk.
Om de doelen uit dit beleidsplan te bereiken en effectief als platform voor kennisuitwisseling
te kunnen fungeren is een goede communicatie van belang. De UKB website zal hiertoe verder
worden ontwikkeld. Het besloten deel voor leden zal nadrukkelijker worden ingezet om de
interne communicatie te bevorderen. De externe communicatie moet ervoor zorgen dat UKB
beter zichtbaar wordt. UKB waardeert de huidige goede relatie met de diverse partners op het
gebied van wetenschappelijke informatie, zoals SURF en OCLC PICA, en spant zich in deze de
komende beleidsperiode voort te zetten. Ook zullen de banden met het Ministerie van OCW
nadrukkelijker worden aangehaald. Tot slot heeft UKB in het samenwerkingsverband van
Hogeschoolbibliotheken (SHB) een natuurlijke partner voor samenwerking, temeer waar HBO en
WO al sterk met elkaar verbonden zijn via SURF. De relaties met SHB zullen in de komende
periode gestalte krijgen. UKB zal de resultaten van werkzaamheden via vakpublicaties,
persberichten en de website bekend maken.
terug naar boven
Omgevingsverkenning
UKB beweegt zich in een complexe omgeving die zich kenmerkt door een diversiteit aan
bestuurlijke verbanden. De veertien deelnemende universiteitsbibliotheken ressorteren
rechtstreeks onder de Colleges van Bestuur. Met de Koninklijke Bibliotheek en de bibliotheek
van het NIWI onderhoudt het Ministerie van OCenW een bestuurlijke relatie. Binnen het
Ministerie is de Directie Onderzoek en Wetenschapsbeoefening verantwoordelijk voor het
gebied van de wetenschappelijke informatievoorziening; zij staat in een bestuurlijke
relatie met de Colleges van Bestuur.
Op nationaal niveau werkt UKB nauw samen met SURF, de samenwerkingsorganisatie van het
Hoger Onderwijs en Onderzoek op het gebied van netwerkdienstverlening en ict. Binnen SURF
heeft UKB vooral contact met het Platform Ict en Onderzoek. De projectmatige aanpak van
SURF en de kennis van UKB van het informatieveld vullen elkaar goed aan. Een andere belangrijke
speler voor UKB in het Nederlandse informatielandschap is OCLC Pica. OCLC Pica is eigenaar en
beheerder van het centrale bibliotheeksysteem en levert daarnaast ook een lokaal
bibliotheeksysteem aan een aantal UKB-deelnemers. Voor advisering aan het bestuur van OCLC Pica
over GGC en NCC/IBL is een adviesraad Landelijke Informatie Infrastructuur (LIIS) ingesteld.
Hierin hebben onder meer vier leden van UKB zitting, die worden benoemd door de Stichting SURF.
Voorts is UKB lid van de Federatie van Organisaties op het gebied van Bibliotheek en Documentatie
(FOBID). Tot slot verheugt UKB zich op de toekomstige samenwerking met het recentelijk opgerichte
Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken.
Internationaal onderhoudt UKB contacten met zijn Vlaamse tegenhanger, het Vlaams Overlegorgaan
inzake het Wetenschappelijk Bibliotheekwerk (VOWB). Regelmatig wordt gezamenlijk een symposium
georganiseerd, afwisselend in Nederland en België. Ook met de collega's van de wetenschappelijke
bibliotheken in Nord-Rhein Westfalen werkt UKB samen. Verder is UKB een van de founding fathers
van de International Coalition of Library Consortia (ICOLC). Ook was UKB betrokken bij de
oprichting van SPARC Europe, onder de paraplu van LIBER. Doel is om steun te geven aan
e-publishing initiatieven die rekening houden met de belangen van de academische gemeenschap.
De ontwikkelingen in het wetenschappelijk informatieveld en de maatschappij zijn van invloed
op de koers van UKB. Zij zijn tegelijkertijd het referentiekader en het werkterrein waarop het
samenwerkingsverband functioneert. Hieronder worden kort de belangrijkste ontwikkelingen
geschetst.
De teruggang van de economie doet zich voelen bij de Nederlandse universiteiten en hun
bibliotheken. Als facilitaire instelling binnen de academische gemeenschap zullen bibliotheken
nadrukkelijker dan voorheen afgerekend worden op hun toegevoegde waarde aan het wetenschappelijke
proces. De toenemende nadruk op verantwoording en planning in de wetenschappelijke en culturele
sector maakt een verdere professionalisering van de bedrijfsvoering en een grotere concentratie
op de kerntaken noodzakelijk.
Klanten wegen continu af of ze wel waar voor hun (college)geld krijgen. Zij willen
snel en simpel toegang tot informatie. Studenten pikken de mogelijkheden van nieuwe media snel
op, soms sneller dan het personeel van de bibliotheekinstellingen. Hun relatie met de academische
wereld verandert van deelnemer tot klant. In de komende jaren zal de heterogeniteit van de
studentenpopulatie toenemen, door: emancipatie van minderheden, internationalisering van het
onderwijs en de groei van life long learning. Ongeacht de digitalisering blijft er een grote
groep onderzoekers en studenten, vooral in de Humaniora voor wie gedrukte bronnen nog
onverminderd relevant zijn. Sinds enkele jaren participeren de universiteiten van Leiden,
Groningen, Utrecht, Amsterdam en Delft in de landelijke Stichting Academisch Erfgoed (SAE).
Deze stichting beoogt de instandhouding van de universitaire collecties en cultuurschatten,
die ondergebracht zijn in universiteitsmusea en universiteitsbibliotheken, te bevorderen. In
de afgelopen jaren zijn substantiële subsidies van het ministerie van OCW, via de
Mondriaanstichting, aangewend voor deselectie en conservering van de collecties. Jaarlijks
worden er twee workshops georganiseerd voor conservatoren ter uitwisseling van kennis en
ervaring. In de komende jaren zijn bekendheid en toegankelijkheid academisch erfgoed speerpunten
van de SAE. Daartoe behoort een jaarlijkse lezing aan een van de deelnemende universiteiten
over een aansprekend aspect van de academische collectie door een vooraanstaand onderzoeker.
Voorts wordt gewerkt aan een gezamenlijke tentoonstelling in het jaar 2007.
Toegang tot informatie zal ook in Nederland een politiek issue worden. Open Access
en Digital Rights Management worden onderwerp van debat: ontstaan op een open markt door
DRM door rechthebbenden gedomineerde gesloten gebruikersgemeenschappen of heeft de overheid
een taak in het stimuleren van vrije toegang? Omdat de beschikbare hardware voor thuisgebruik
zal verbeteren, zal technisch gezien een steeds grotere groep in de samenleving op een steeds
hoger niveau kunnen participeren in de informatiesamenleving. Maar dan moet die informatie
dus wel toegankelijk zijn.
Hoewel de focus op techniek afneemt, blijft het een belangrijke factor in de ontwikkeling
van het informatieveld. Er zal een verschuiving optreden van monolithische softwarepakketten
naar een modulaire architectuur voor toepassingen. Door middel van web services zullen de
systemen van verschillende organisaties gekoppeld worden ten behoeve van de dienstverlening
aan de klanten. Het internet maakt open standaarden niet alleen wenselijk maar ook
onvermijdelijk: bedrijven of instellingen die zich niet aanpassen, komen aan de zijlijn te
staan. Communicatie via nieuwe media wordt de standaard. Netwerkcapaciteit zal groter worden,
zodat niet alleen tekst maar ook streaming media (video en geluid) gemakkelijk verspreid
kunnen worden. Klanten verwachten van bibliotheken dat basistransacties (bijvoorbeeld aanvragen,
verlengen, reserveren) via internet en sms geregeld kunnen worden. De usability van nieuwe
technieken wordt een kritische succesfactor: de kwaliteit van de toegankelijkheid wordt
belangrijker ten opzichte van de kwaliteit van de informatie zelf.
Onder invloed van de technologische ontwikkelingen verandert het proces van
wetenschappelijk publiceren. Open Access en open e-print archives zullen in toenemende mate
de positie van commerciële uitgevers bedreigen. In de Sector Note on Professional Publishing
(oktober 2003) schatte BNP Paribas de kans op een doorbraak van het Open Access model binnen
tien jaar al op 50%. Het volume aan wetenschappelijke informatie blijft toenemen; de eenheid
van informatie is hierbij niet meer een tijdschriftaflevering, maar het individuele artikel,
veelal in de vorm van een record in een database. Een deel van de onderzoeksinformatie zal
niet meer worden gepubliceerd in de traditionele zin, maar worden uitgewisseld via
discussiegroepen, zowel op (open) internet als in (besloten) digitale meetings. Buiten de
gebieden science, technology en medicine (STM) zal de digitalisering zich langzamer
doorzetten, zodat gedrukt materiaal nog lange tijd belangrijk blijft.
In deze verschuivende markt gaan universiteiten vaker optreden als eigenaars en
uitgevers van de wetenschappelijke productie van de instelling. Academische vrijheid zal
steeds meer plaats maken voor een zakelijker werkgever - werknemer relatie tussen universiteit
en onderzoeker. De maatschappij zal van universiteiten verwachten dat daar aanwezige of
geproduceerde informatie en kennis ook ten goede komt aan de omgeving, zoals de (lokale)
overheid en het bedrijfsleven. Hierdoor ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden en consortia.
De profielen van universiteiten zullen wellicht diversifiëren in onderwijsuniversiteiten en
onderzoeksuniversiteiten, waarbij de verschillen tussen met name onderwijsuniversiteiten en
het HBO vervagen.
In het hoger onderwijs worden studievaardigheden -waaronder information literacy -
steeds belangrijker voor studenten om succesvol om te gaan met zowel de academische eisen
als de economische druk die studeren met zich meebrengt. Er vindt een verschuiving plaats
van 'onderwijzen' naar 'leren': deze zet zich definitief door met de komst van de eerste
lichtingen tweede-fase studenten. De ontwikkeling van de digitale leeromgeving zal
interdisciplinariteit en probleem gestuurd onderwijs stimuleren. Digitale leeromgevingen
(zoals Blackboard) worden steeds meer gebruikt in het onderwijs zelf en niet meer alleen
als een administratieve tool (voor bijvoorbeeld tentamenuitslagen). Hoewel internet het
leren op afstand mogelijk maakt, zal de behoefte aan een goed geoutilleerde, sociale en
informatierijke fysieke leeromgeving groot blijven. Bibliotheken hebben dan ook zowel in
virtuele als in fysieke zin een grote toekomst, maar zullen zich daarvoor wel moeten
onderscheiden door kwaliteit.




